Hoe werkt EMDR precies? Een eerlijk antwoord op de meest gestelde vraag
Geschreven door drs. Pauline Bos
Psycholoog NIP en orthopedagoog, Amsterdam-Centrum
Bijna iedereen die voor het eerst over EMDR hoort, vraagt hetzelfde: hoe kan het maken van oogbewegingen nou helpen bij trauma? Het klinkt onwaarschijnlijk. En toch laat onderzoek keer op keer zien dat het werkt, ook bij mensen die al jaren in therapie zijn geweest zonder resultaat.
Waarom sommige herinneringen blijven steken
Je brein verwerkt de meeste ervaringen vanzelf. Je maakt iets mee, je slaapt erover, en na verloop van tijd kun je eraan terugdenken zonder dat je lijf reageert. Het is een verhaal geworden.
Bij een deel van de ervaringen lukt dat niet. Meestal gaat het om momenten waarop er te veel tegelijk gebeurde: te heftig, te snel, of te lang achter elkaar. Die ervaring wordt dan opgeslagen zoals hij binnenkwam. Inclusief de beelden, de geluiden, de geur, de spanning in je lijf en de conclusie die je op dat moment over jezelf trok.
Het gevolg merk je pas later. Een geluid, een geur of een situatie zet de hele reactie opnieuw aan. Je hartslag gaat omhoog, je wordt waakzaam, je vermijdt iets, zonder dat je bewust aan de gebeurtenis denkt. Voor je gevoel reageer je nergens op. Voor je zenuwstelsel is het volstrekt logisch.
Wat er tijdens een sessie gebeurt
Tijdens EMDR vraag ik je terug te gaan naar het meest beladen moment van zo een herinnering. Terwijl je dat beeld vasthoudt, doe je tegelijk iets anders: je volgt met je ogen een hand of een lichtbalk, of je luistert naar tonen die afwisselend links en rechts klinken. Dat heet bilaterale stimulatie.
Na een serie van dertig seconden stop ik en vraag ik wat je opmerkt. Meer niet. Je hoeft niets uitgebreid te vertellen. Wat je zegt kan een beeld zijn, een gedachte, of alleen dat je schouders zwaar aanvoelen. We gaan daarna verder met wat er dan is.
Met een schaal van 0 tot 10 meten we hoe belastend het beeld op dat moment is. Aan het begin van een sessie en aan het eind. Zo zie je zelf wat er verandert.
De meest gebruikte verklaring
De verklaring die op dit moment het beste onderbouwd is, heet de werkgeheugentheorie. Je werkgeheugen kan maar een beperkte hoeveelheid informatie tegelijk vasthouden. Denk aan het aantal dingen dat je in je hoofd kunt houden terwijl je een telefoonnummer intoetst.
Als je een herinnering ophaalt en tegelijk een taak uitvoert die aandacht vraagt, moeten die twee die ruimte delen. De herinnering komt daardoor minder scherp en minder levendig binnen. En omdat een herinnering elke keer dat je hem ophaalt opnieuw wordt opgeslagen, wordt hij opgeslagen in die afgezwakte vorm.
Er zijn ook andere verklaringen in omloop, onder meer over de rol van de REM-slaap. Wat ze gemeen hebben: het gaat niet om de oogbeweging op zichzelf, maar om het feit dat je aandacht verdeeld wordt terwijl je de herinnering vasthoudt.
Wat het niet doet
EMDR wist niets uit. De herinnering blijft, en die hoort bij je leven. Wat verandert, is hoe hard hij binnenkomt en wat je lijf ermee doet.
EMDR is ook geen hypnose. Je blijft wakker, je ogen zijn open, je bent in gesprek en je kunt op elk moment stoppen. Je houdt de hele sessie controle.
En het is geen wondermiddel. Bij een afgebakende gebeurtenis zijn drie tot zes sessies vaak genoeg. Bij ervaringen die zich over jaren hebben opgestapeld duurt het langer, en soms is EMDR niet het juiste startpunt. Bij acute crisis, ernstige dissociatie of een onveilige thuissituatie is eerst iets anders nodig.
Het gaat er niet om dat je iets vergeet. Het gaat erom dat het niet meer nu gebeurt.
Wat mensen na afloop merken
Het eerste wat vaak opvalt, is vermoeidheid. Verwerken kost energie, en de avond na een sessie is meestal geen goede avond voor grote plannen.
Daarna komt de afstand. Mensen beschrijven het als: het is er nog, maar het is verder weg. Het beeld komt niet meer ongevraagd langs, of het komt wel langs maar het doet minder.
En vaak verandert de conclusie die eraan vastzat. Van "ik had het moeten zien aankomen" naar "ik heb gedaan wat ik op dat moment kon". Die verschuiving is minstens zo belangrijk als het rustiger worden van het beeld, en het is ook de reden dat mensen na EMDR soms zeggen dat er iets is veranderd in hoe ze naar zichzelf kijken.

drs. Pauline Bos
Psycholoog NIP en orthopedagoog, Amsterdam-Centrum
Ruim 25 jaar ervaring met mensen, gedrag en de verhalen die mensen over zichzelf zijn gaan geloven.