Waarom angst niet verdwijnt door er harder tegen te vechten
Geschreven door drs. Pauline Bos
Psycholoog NIP en orthopedagoog, Amsterdam-Centrum
Iedereen die een tijdje met angst leeft, komt op hetzelfde idee: gewoon doorzetten. Niet aan toegeven. Vaker doen. En bij een deel van de mensen werkt dat ook, tot op zekere hoogte. Bij de rest wordt het probleem alleen maar groter, en dat is geen kwestie van te weinig karakter.
De kortetermijnbeloning van vermijden
Vermijden werkt. Dat is het probleem. Op het moment dat je een situatie omzeilt, zakt je spanning onmiddellijk. Je zenuwstelsel registreert dat als: dat was gevaarlijk, en wegblijven heeft geholpen.
De volgende keer is de drempel dus hoger, niet lager. Zo groeit de angst niet doordat je hem tegenkomt, maar juist doordat je hem ontloopt. Bij vliegangst is dat het meest zichtbaar: hoe langer iemand niet vliegt, hoe onmogelijker het wordt.
Het geldt ook voor subtielere vormen. De borrel die je overslaat, de vraag die je liever mailt dan belt, de rijstrook die je nooit neemt.
Waarom doorzetten alleen niet genoeg is
Blootstelling werkt alleen als je spanning tijdens de situatie ook echt zakt. Als je je er met opeengeklemde kaken doorheen slaat en pas ontspant als het voorbij is, leert je zenuwstelsel niets nieuws. Je hebt het overleefd, maar het bewijs dat het veilig was is niet binnengekomen.
Datzelfde geldt voor de hulpmiddelen die mensen gebruiken. Een pil voor de vlucht, twee glazen voor het feest, altijd dezelfde stoel bij de deur. Ze maken het moment draaglijk en houden tegelijk de overtuiging in stand dat je het zonder niet redt.
Daar komt bij dat de angst vaak niet over de situatie zelf gaat, maar over je eigen reactie erop. Bang zijn om te blozen, om te trillen, om in paniek te raken. Dan is de situatie vermijden niet eens het punt: je probeert je eigen lijf te vermijden, en dat lukt nooit.
Angst verdwijnt niet doordat je hem overwint. Hij verdwijnt doordat je zenuwstelsel iets nieuws leert.
Wat wel werkt
Twee dingen tegelijk, meestal. Eerst halen we met EMDR de lading van de ervaring die de angst heeft vastgezet. Dat kan een echte gebeurtenis zijn, maar net zo goed een beeld dat je in je hoofd hebt gemaakt van wat er zou kunnen gebeuren.
Daarna oefenen we met de situatie zelf, in stappen die klein genoeg zijn om te doen en groot genoeg om iets te betekenen. Met VR-exposure kan dat gecontroleerd: dezelfde start, tien keer achter elkaar, zonder dat het je een vlucht of een presentatie kost.
Het verschil met doorzetten zit in de dosering en in het meten. We gaan pas een stap verder als je spanning op dit niveau echt gezakt is. Niet als je het hebt uitgehouden.
Hoe lang duurt dat?
Bij een afgebakende angst, zoals vliegangst of hoogtevrees, zijn drie tot zes sessies vaak genoeg. Bij sociale angst duurt het meestal wat langer, omdat er meer situaties zijn en de overtuiging over jezelf een grotere rol speelt.
Wat mensen het vaakst verrast, is niet dat het werkt, maar hoe weinig praten erbij komt kijken.

drs. Pauline Bos
Psycholoog NIP en orthopedagoog, Amsterdam-Centrum
Ruim 25 jaar ervaring met mensen, gedrag en de verhalen die mensen over zichzelf zijn gaan geloven.